Facebook Twitter

Samenwonen voor mantelzorg

Samenwonen voor mantelzorg


Aandachtspunten samenwonen voor mantelzorg
Waar moet je allemaal aan denken als je met je ouder/kind gaat samenwonen voor (toekomstige) mantelzorg? Hieronder een aantal van de aandachtspunten.

In welk huis gaan jullie wonen? Wie moet er eigenaar van het huis zijn/blijven?
Denk ook aan de gevolgen van overlijden. Als de eigenaar van het huis overlijdt mag de achterblijver (niet eigenaar) dan nog in het huis blijven wonen? Dat kan in het samenwooncontract worden geregeld en/of in het testament van de ouder.

Wordt er een aparte wooneenheid bij het huis gebouwd?
Er is dan een vergunning nodig van de gemeente. Daarnaast speelt de vraag wie eigenaar wordt van het bijgebouw. Als het op de grond van het kind wordt gebouwd, ook al betaalt de ouder de kosten, wordt het bijgebouw in principe van het kind.

Moet er in het huis van het kind een verbouwing plaatsvinden zodat moeder en/of vader kan komen wonen?
In 2014 kan maximaal 100.000 euro belastingvrij aan een ander worden geschonken voor de eigen woning. Dit geld kan belastingvrij worden besteed aan die verbouwing.

Gaan de ouder en het kind samen de kosten delen?
Het is verstandig om dit vast te leggen in een contract zodat er later bij het verdelen van de erfenis van de overleden ouder geen onenigheid over komt. Verder is het belangrijk om vast te leggen of het kind een vergoeding krijgt voor de zorg die hij/zij de ouder verleent. Het kan zijn dat de zorg die het kind als mantelzorger verleent onder het persoonsgebonden budget (pgb) valt zodat het kind een vergoeding uit dit budget krijgt. Hiervoor moet dan wel een zorgovereenkomst tussen ouder en kind zijn gesloten.

Heeft het krijgen van één adres en/of het delen van de kosten gevolgen voor het pensioen, de AOW, de sociale verzekeringen en de sociale voorzieningen?

Is het bij elkaar gaan wonen van de ouder en het kind met de andere kinderen besproken? Wat is het effect op de familieverhoudingen?

Heeft de ouder een levenstestament gemaakt?
Met een levenstestament kun je iemand aanwijzen die beslissingen voor je neemt als je dat zelf niet meer kunt. Als je geen levenstestament hebt gemaakt en je zelf geen beslissingen meer kunt nemen, moet de rechter worden ingeschakeld voor het aanwijzen van een bewindvoerder.