Facebook Twitter

Ongelijk schenken

Ongelijk schenken


“Notaris, ik wol myn iene soan wol wat jaan, mar de oare net. Dat mei ik dochs sels witte?” De vraag oogt onschuldig, het antwoord is complexer. In principe mag je zelf weten aan welk kind je schenkt. Misschien heeft de een het harder nodig dan de ander. Of is er met een van de kinderen geen contact. Maar er moet wel rekening worden gehouden met de wettelijke rechten van het ‘overgeslagen’ kind.

Denk aan de legitieme portie waar elk kind recht op heeft. Gedane schenkingen aan de andere kinderen tellen mee voor de berekening van de legitieme portie. En stel dat legitieme portie niet (volledig) uit het saldo van de nalatenschap kan worden betaald. Dan kan het overgeslagen kind de schenkingen achteraf zelfs inkorten.

De vraag rijst ook of de schenking bij overlijden van de ouder (schenker) verrekend moet worden met het erfdeel. Dit heet ‘inbreng van de schenking’. Is er iets in het testament van de ouder of bij de (akte van) schenking geregeld over het inbrengen van schenkingen? Als er een inbrengplicht is vastgelegd, wordt de schenking als voorschot op de erfenis gezien en verrekend.

Daarnaast moet er rekening gehouden worden met eventuele erfrechtelijke vorderingen die de kinderen hebben door het overlijden van de eerste ouder. Deze vorderingen blijven gewoon bestaan, ook al schenkt de langstlevende ouder alles weg.
En wie draait er dan voor de uitbetaling van die vorderingen op?

Let dus goed op bij het doen van ongelijke schenkingen; het kan praktische problemen met zich mee brengen. Het is daarom aan te raden om schenkingen, met omschrijving van ieders rechten, vast te leggen.